Vroeger was spreken mijn sterkte, nu gaat dat moeilijk

getuigenis van Lien Madou

Constante hoofdpijn, een adenoom

Ik had telkens hoofdpijn in 2011. Mijn huisarts wees mij door naar het UZ. Er werd een adenoom vastgesteld (een gezwel in mijn hersenen). Had ik langer gewacht, dan kon ik mijn zicht kwijt zijn. Ik heb maanden medicatie geslikt en begin maart 2012 moest ik onder de NMR. Het resultaat was fantastisch: mijn gezwel was weg!
Maar een paar dagen later, op 5 maart, had ik terug zware hoofdpijn. De prof had gezegd dat ik naar het UZ moest gaan wanneer ik hoofdpijn had. Zij hadden een ruggenmergpunctie genomen maar dat gaf geen resultaat. Een dag later ben ik in coma beland. De arts kon niet direct komen… anderhalf uur hebben zij vanalles gedaan op de kamer; mij geïntubeerd, het vocht uit mijn hersens gehaald. Ik had meningitis, een bacteriële hersenvliesontsteking…. Na een week kunstmatige coma moest ik ontwaken, na twee dagen was ik wakker. Door de tube kon ik niet praten maar na 3 weken intensieve, kon ik verhuizen naar high care en de tube werd er uitgehaald.

Ontwaken uit coma: “Wat is er met mij aan de hand?”

Ik kon babbelen! Maar ik sprak een vreemde taal… mijn ouders waren zo blij dat ik nog leefde en zij wilden mij niet confronteren met mijn taal. De logopedist heeft dat gedaan. “Lien, wij begrijpen je niet.” “Allé, babamenuniook zioal nog parlon.” “Lien, jij spreekt geen Vlaams.”
Naast mijn taal, was ik ook lam langs de linkerkant. De revalidatie in de K7 (na 3 weken high care) was intensief; maar het gaf goede resultaten. Ik kon opnieuw stappen, mijn spreken ging vooruit, ik was als een baby die terug moest leren spreken. Ik was niets vergeten van koken, bakken en naaien én na zes maanden moest ik testing doen voor mijn autorijden. Mijn reactiesnelheid was goed, hierdoor kon ik opnieuw auto rijden maar eerst onder begeleiding van mijn vader.
Begin augustus ben ik ambulant geworden en begin november 2012 was ik thuis. Van dan af moest ik naar de logo in de buurt en drie keer per week naar de kine. Mijn spreken gaat nog vooruit en ik train nog voor mijn evenwicht en cardio.

Steun van familie en vrienden

Ik heb zoveel steun gekregen van mijn collega’s bij OKRA. Ik volg nu stage bij Ziekenzorg; binnenkort kan ik educatief werk opnieuw leren kennen. Ik was alles kwijt van mijn werk. Wanneer ik evolueer naar een halftime, kan ik opnieuw beginnen werken bij OKRA. Ik hoop dat het lukt… vroeger was mijn spreken mijn sterkte. Ik sprak voor grote groepen, ik begeleidde vergaderingen, ik gaf toneelles,… Maar nu loopt mijn spreken nog moeilijk. Maar ik oefen veel, veel babbelen met vrienden, soms de telefoonpermanentie doen bij Ziekenzorg…
Ik heb veel chance gehad; een halfuur later was ik dood geweest. Ik heb zo veel steun gekregen van mijn familie, van mijn vrienden, van mijn collega’s en kennissen. De vele bezoekjes, de vele cadeautjes en kaartjes hebben mij een morele boost gegeven.